zondag 24 augustus 2014

De legers uit het noorden!

In de Bijbel, in het oude testament, wordt gesproken over een volk dat komt uit het noordenland. Dit zouden de mysterieuze legers kunnen zijn van de vijfde en zesde bazuin.

Openbaring 9:7-10 De vijfde bazuin
7 En de gedaante der sprinkhanen was als van paarden, die uitgerust zijn tot de oorlog; en op hun koppen waren kransen als van goud en hun aangezichten waren als aangezichten van mensen; 8 en zij hadden haar als vrouwenhaar en hun tanden waren als die van leeuwen; 9 en zij hadden borstschilden als ijzeren harnassen en het gedruis van hun vleugels was als het gedruis van wagens, wanneer vele paarden ten strijde draven. 10 En zij hadden staarten als schorpioenen en angels, en in hun staarten was hun macht om de mensen schade toe te brengen, vijf maanden lang.

Openbaring 9:16-19 De zesde bazuin
13 En de zesde engel blies de bazuin, en ik hoorde een stem uit de vier horens van het gouden altaar, dat voor God staat, 14 zeggende tot de zesde engel, die de bazuin had: Laat de vier engelen los, die bij de grote rivier, de Eufraat, gebonden zijn. 15 En de vier engelen, die tegen het uur en de dag en de maand en het jaar waren gereed gehouden, werden losgelaten om het derde deel van de mensen te doden. 16 En het getal der legerscharen van de ruiterij was tweemaal tienduizend tienduizendtallen; ik hoorde hun aantal. 17 En aldus zag ik in dit gezicht de paarden en hen, die erop gezeten waren: zij hadden rossige en blauwe en zwavelkleurige harnassen, en de koppen der paarden waren als leeuwenkoppen, en uit hun bek kwam vuur en rook en zwavel. 18 Door deze drie plagen werd het derde deel van de mensen gedood: door het vuur en de rook en de zwavel, die uit hun bek kwamen. 19 Want de macht der paarden ligt in hun bek en in hun staarten. Want hun staarten zijn als slangen, met koppen, en daarmede brengen zij schade toe.

Het noorden
In het oude testament wordt naar deze legers verwezen als de legers uit het noorden. Zoals we in deze dimensie, het oude testament, een westen, oosten zuiden en noorden kennen zo is dat volgens mij ook in de geestelijke, hemelse dimensie, het nieuwe testament. In het boek openbaringen lijkt het perspectief te wisselen tussen het aardse en het hemels.  

Zoals koning van Babel in het oude testament met zijn legers uit het noorden het letterlijke Jeruzalem kwam verwoesten zo zal de anti christ met zijn legers uit het noorden komen, uit de geestelijke of hemels dimensie. Ze zullen niet van deze aarde zijn!

Wat precies het noorden voorstel in de geestelijke dimensie is niet bekend. Het noorden zelf lijkt wel te verwijzen naar de geestelijke dimensie. Het noorden maakt deel uit van het vijf punten plan van satan:

12 Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! 13 En gij overlegdet nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; 14 ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen.

De legers uit het noorden in het oude testament

Jesaja 14:31
31 Jammer, gij poort; schreeuw, gij stad; sidder, gij gans Filistea! Want uit het noorden komt rook en in de gelederen blijft niemand achter.

14 Daarop zeide de HERE tot mij: Uit het Noorden zal het onheil losbreken over alle inwoners van het land; 15 want zie, Ik roep alle geslachten der koninkrijken van het Noorden, luidt het woord des HEREN, en zij zullen komen en zetten elk zijn troonzetel in de poorten van Jeruzalem en tegen al zijn muren rondom en tegen al de steden van Juda;

5 Boodschapt in Juda, laat horen in Jeruzalem en zegt: Blaast de bazuin in het land, roept luidkeels en zegt: Verzamelt u en laat ons in de versterkte steden gaan! 6 Steekt omhoog het signaal: naar Sion! Bergt u, blijft niet staan! Want het onheil breng Ik uit het Noorden, een groot verderf; 7 een leeuw is opgerezen uit zijn struikgewas, een verderver der volken is opgebroken, uitgegaan uit zijn plaats, om uw land tot een woestenij te maken; uw steden zullen verwoest worden, zodat er geen inwoners zijn.
(De leeuw uit het stuikgewas, de verderver, is de anti christ)

1 Bergt u, gij Benjaminieten, uit Jeruzalem vandaan. Blaast de bazuin in Tekoa, doet een rooksignaal opstijgen boven Bet-Hakkerem! Want rampspoed doemt op uit het Noorden, een groot verderf.

18 Zeg tot de koning en tot de gebiedster: Zet u op de laagste plaats, want uw sierlijke kroon is u van het hoofd gevallen. 19 De steden van het Zuiden zijn gesloten en niemand doet open; ontvolkt is Juda geheel en al, volkomen ontvolkt. 20 Sla uw ogen op en zie wie daar komen uit het Noorden; waar is de kudde, u gegeven, uw prachtig kleinvee? 21 Wat zult gij zeggen, als Hij over u tot een hoofd stelt hen, die gij aan u hadt gewend als minnaars? Zullen u dan geen weeën aangrijpen gelijk een barende vrouw?
(de weeën verwijzen geloof ik naar de eindtijd)

8 Daarom, zo zegt de HERE der heerscharen: Omdat gij naar mijn woorden niet gehoord hebt, 9 zie, Ik laat alle geslachten van het Noorden komen, luidt het woord des HEREN, en Nebukadressar, de koning van Babel, mijn dienaar, en breng hen tegen dit land en zijn inwoners, ja, tegen al deze volken rondom, en Ik sla hen met de ban, en maak hen tot een voorwerp van ontzetting, tot een aanfluiting en tot een eeuwige smaad,
(Nebukadressar is geloof ik een beeld of voorschaduw van de anti christ. Zoals Nebukadressar, het Jeruzalem in het oude testament met de grond gelijkmaakte zo zal de anti christ het hedendaagse Jeruzalem verwoesten)

5 Waarom zie ik hen verschrikt, achterwaarts wijkende? Ja, hun helden zijn verslagen en vluchten steeds voort zonder om te zien: schrik van rondom! luidt het woord des HEREN. 6 De snelle kan niet ontvluchten en de held niet ontkomen: in het noorden, aan de rivier de Eufraat, zijn zij gestruikeld en gevallen. 7 Wie is het, die komt opzetten als de Nijl, wiens wateren bruisen als rivieren? 8 Egypte komt opzetten als de Nijl, terwijl de wateren bruisen als rivieren, en zegt: Oprukken zal ik, ik zal de aarde overdekken, ik zal verdelgen steden met inwoners en al! 9 Vooruit, paarden; jaagt voort, wagens; laten de helden uittrekken: Ethiopiërs en Puteeërs, die het schild hanteren, Lydiërs, die de boog spannen! 10 Dit toch is de dag van de HERE der heerscharen, de dag der wrake om wraak te nemen op zijn tegenstanders; ja, het zwaard verslindt en wordt verzadigd en dronken van hun bloed, want een slachtoffer heeft de Here, de HERE der heerscharen, in het Noorderland, aan de rivier de Eufraat.
(“in het noordenland, aan de rivier de Eufraat” verwijst denk ik naar de legers van de zesde bazuin. De Eufraat lijkt wel te verwijzen naar een grens tussen deze dimensie en een andere, geestelijke, dimensie. Het Noorden lijkt daarom ook te verwijzen naar een andere dimensie. De legers van de zesde bazuin komen niet van deze aarde! Niet uit deze dimensie!)

Jeremia 46:20-24
20 Een prachtig koekalf is Egypte; een horzel uit het Noorden komt er op af. 21 Ook haar huurtroepen in haar midden zijn aan mestkalveren gelijk, maar ook die keren om, vluchten tezamen, houden geen stand, want hun ongeluksdag overvalt hen, de tijd hunner bezoeking. 22 Haar geluid is als van een schuifelende slang, want met macht rukken zij op en met bijlen komen zij op haar af als houthakkers; 23 zij vellen haar woud, luidt het woord des HEREN, want zij zijn niet te overzien, want zij zijn talrijker dan sprinkhanen, ja, niet te tellen. 24 De dochter van Egypte is te schande gemaakt, overgegeven in de macht van het volk uit het Noorden.
Verwijst “een schuifelende slang” naar de anti christ? Talrijker dan sprinkhanen verwijst naar de sprinkhanen van de vijfde bazuin.

2 Zo zegt de HERE: Zie, wateren komen opzetten uit het Noorden en worden tot een overstromende beek; ja, zij overstromen het land met al wat zich erop bevindt, de stad met inwoners en al, zodat de mensen schreeuwen en al de bewoners van het land jammeren, 3 op het geluid van het stampen van de hoeven zijner paarden, het ratelen zijner wagens, het gedreun zijner wielen.
(Het geluid van het stampen van de hoeven en het ratelen zijner wagens komen we ook tegen bij de vijfde bazuin. Het verwijst naar iets mysterieus waarmee de vreemde legers komen naar onze dimensie. Sommigen zien er wel een soort van UFO’s in.)

3 Want er rukt een volk tegen op uit het Noorden, dat zijn land tot een woestenij zal maken, zodat er geen inwoner in is; zowel mensen als dieren zijn gevloden, verdwenen. 4 In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des HEREN, zullen de Israëlieten komen, zij en de Judeeërs tezamen; al wenend zullen zij voortgaan en de HERE, hun God, zoeken; 5 naar Sion zullen zij vragen, op de weg hierheen zal hun aangezicht (gericht) zijn; zij komen en zoeken gemeenschap met de HERE in een eeuwig verbond, dat niet zal vergeten worden. 6 Een kudde verloren schapen was mijn volk, hun herders misleidden hen, naar de bergen voerden zij hen; van berg tot heuvel gingen zij, zij vergaten hun leger.
(De Israëlieten en Joden die al wenende op weg zijn, verwijst geloof ik naar de rest van het volk Israel die in de drie en half jaar durende grote verdrukking bewaard worden door God.)

41 Zie, een volk komt uit het Noorden, een grote natie met machtige koningen breekt op van het uiteinde der aarde. 42 Boog en spies omklemmen zij, meedogenloos zijn zij en zonder erbarmen. Hun rumoer bruist als de zee en zij rijden op paarden; het is toegerust als een man tot de strijd, tegen u, dochter van Babel. 43 Babels koning heeft zijn gerucht gehoord en zijn handen zijn verslapt, benauwdheid heeft hem aangegrepen, smart als een barende.
(Babylon wordt door de anti christ in de eindtijd vernietigd. Openbaringen 18.)

48 Dan zullen hemel en aarde met al wat daarin is, jubelen over Babel, want van het Noorden zullen de verwoesters er op afkomen, luidt het woord des HEREN. 49 Babel moet evenzo vallen voor de verslagenen van Israël, als voor Babel vielen de verslagenen der gehele aarde.

4 En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend metaal.

3 En Hij strekte iets uit, dat de vorm had van een hand, en greep mij bij een lok van mijn hoofdhaar. Toen hief de Geest mij op tussen aarde en hemel en bracht mij in gezichten Gods naar Jeruzalem, bij de ingang van de binnenste poort, die op het noorden uitziet, waar het afgodsbeeld zich bevond, het voorwerp van naijver, dat naijver opwekt. 4 En zie, daar was de heerlijkheid van de God van Israël, gelijk aan de verschijning die ik in het dal gezien had. 5 Hij zeide tot mij: Mensenkind, richt uw blik naar het noorden! Toen richtte ik mijn blik naar het noorden, en zie, ten noorden van de poort bij het altaar stond aan de ingang dat afgodsbeeld, het voorwerp van naijver. 6 En Hij zeide tot mij: Mensenkind, ziet gij wat zij doen? de grote gruwelen die het huis Israëls hier bedrijft, zodat Ik ver van mijn heiligdom moet blijven?
(De anti christ plaatst een gruwel in tempel in de eindtijd.)

7 Want zo zegt de Here HERE: Zie, tegen Tyrus breng Ik van uit het noorden Nebukadressar, de koning van Babel, de koning der koningen, met paarden, wagens, ruiters en met een geweldige menigte voetvolk.
(Hier is weer een verwijzing van Nebukadressar de koning van Babel uit het noorden als de anti christ de koning uit het noorden.)

14 Daarom, profeteer, mensenkind, en zeg tot Gog: Zo zegt de Here HERE: zult gij het niet gewaarworden, te dien dage als mijn volk Israël in gerustheid woont? 15 Dan zult gij komen uit uw woonplaats uit het verre noorden, gij en vele volken met u, allen ruiters, een grote schare en een talrijk leger, 16 en gij zult optrekken tegen mijn volk Israël als een wolk die het land bedekt. In toekomende dagen zal het geschieden, dat Ik u doe optrekken tegen mijn land, opdat de volken Mij leren kennen, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u, o Gog, de Heilige betonen zal.

De Here komt terug
Als je dit allemaal zo leest, vraag je je af wat er toch in de eindtijd over de aarde gaat komen! Wat gaat er gebeuren! Er is zoveel in de profetieën wat verwijst naar de slechts 7 jaar van de eindtijd. Demonische niet te tellen legers uit een andere dimensie die een derde van de mensen doden? De Here Jezus waarschuwt:

25 En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, 26 terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen.

Deze legers bestaan niet uit menselijke wezens net zoals, geloof ik, de anti christ geen menselijk wezen zal zijn. Ook de mensen die het merkteken van het beest ontvangen zullen waarschijnlijk geen menselijke wezens meer zijn maar genetisch veranderd zijn. Als de Here terugkomt op de wolken naar de aarde bestaan er dus misschien bijna geen echte mensen meer!. Zal de Here oorlog moeten voeren tegen allerlei hybride wezens en veranderde mensen? Wezens misschien uit de tijd van Noach?

Maar de Here Jezus stelt ons gerust:

27 En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid. 28 Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt.

Het zal eindigen met de terugkomst van de Here Jezus op de wolken.

Openbaring 19:11-16 Het Woord Gods
11 En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. 12 En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. 13 En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods. 14 En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. 15 En uit zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen. 16 En Hij heeft op zijn kleed en op zijn dij geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren.

De mensen maken zich zo druk om deze aarde. Maar deze aarde gaat volledig voorbij en niemand zal er ooit meer aan denken!

Jesaja 65:17
17 Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen.

Openbaring 21:1-5 De nieuwe hemel en de nieuwe aarde
1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. 2 En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. 3 En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, 4 en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. 5 En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.

meer >

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen